Horticulture Tomorrow

Horticulture Tomorrow: werken aan de energietransitie in de tuinbouw

Redactie Geen categorie

De Nederlandse glastuinbouw wil onafhankelijk worden van fossiele brandstof. Wat zijn de grootste uitdagingen om dat te realiseren? Dat is de centrale vraag voor een nieuwe aanpak, genaamd Horticulture Tomorrow, die in januari van start ging. Het beoogde resultaat: een plan om de energietransitie in de Nederlandse tuinbouw te versnellen.

Aan de hand van vier thema’s – bestaansrecht, technologische uitdagingen, economische haalbaarheid en concrete actie – gaan 30 deelnemers en experts uit de sector gedurende vier sessies aan de slag met de uitdagingen en toekomst van de glastuinbouw. Onder leiding van Linda van Aken, Peter Ravensbergen en Coen Hubers verbindt de zeer diverse groep deelnemers kennis en ervaring tot nieuwe inzichten.

Shopping Tomorrow-model
Horticulture Tomorrow is een initiatief dat experts uit de glastuinbouw samenbrengt om kennis te delen, verbinden en visie te ontwikkelen voor thema’s die spelen binnen de sector. Voor en door de sector. Het concept: in vier sessies werken ongeveer 20 experts en ondernemers aan uitkomsten, zoals actieplannen, lobbyplannen, whitepapers of visiedocumenten. Geïnspireerd door het succesvolle Shopping Tomorrow-model, draaide de pilot in 2022 om het behoud van de concurrentiepositie en innovatiekracht van het internationale tuinbouwcluster. De resultaten, gepresenteerd als een bluepaper in oktober 2022, bieden aanbevelingen voor het cluster. Horticulture Tomorrow streeft naar groei als een doorlopend onderzoeksprogramma wat leidend is voor trends, technologie en ontwikkelingen in de tuinbouw, met jaarlijks nieuwe thema’s en samenvattingen, die een kennisbank voor de sector vormen.

Van start
Op 16 januari kwam de groep voor de eerste keer bijeen. Daar werden oplossingsrichtingen geïdentificeerd, waarmee de groep in opvolgende sessies aan de slag gaat voor verdere uitwerking. Wil je meer weten over Horticulture Tomorrow? Neem contact op met accelerator Evelien van den Brink.