Voorbij knelpunten in samenwerking

Redactie Geen categorie

18 november 2020


De circulaire transitie draait om samenwerking tussen verschillende betrokkenen – maar juist die samenwerking is lang niet altijd vanzelfsprekend. Allerlei factoren bemoeilijken de hardnodige relaties. De Erasmus Governance Design Studio bundelde haar inzichten in een animatie.


Knelpunten en kansen

Binnen het project Groene Hart Circulair werkt het team van de Erasmus Governance Design Studio aan een ontwerptraject rond de governance van organische reststromen. Ze richten zich op het achterhalen van knelpunten en kansen die ondernemers ervaren in het realiseren van hun circulaire ambities. Tegelijkertijd is het doel om te komen tot een oplossing die hen kan helpen deze knelpunten het hoofd te bieden en kansen te benutten. Geert Brinkman, ontwerper en onderzoeker: “Ons vooronderzoek heeft laten zien dat de uitdagingen die ondernemers ervaren, vooral zitten in de samenwerking met andere actoren (denk aan handhavers, collega-ondernemers, overheden en NGOs). Ons traject is erop gericht om juist deze samenwerking te adresseren.”

Samenwerking basis voor circulariteit

Circulariteit is een vraagstuk van relaties en samenwerking. De context waarin ondernemers, handhavers en overheden opereren, staat de totstandkoming van vruchtbare relaties en samenwerkingen echter in de weg. “Hiermee bedoelen wij de manier waarop de organisatie rondom reststromen door de jaren heen is ingericht, en de institutionele kaders van wet- en regelgeving en beleid die er gelden”, legt Brinkman uit. “Deze context maakt dat er op allerlei niveaus problemen in de samenwerking ontstaan. Men weet elkaar niet makkelijk te vinden, werkt langs elkaar heen en werkt elkaar soms zelfs tegen. Ondernemers komen vaak met een domeinoverstijgende vraag die die daardoor niet zomaar bij een bepaald departement valt neer te leggen. Daarnaast weten ze vaak niet wat allemaal mogelijk is qua ondersteuning vanuit de overheid, en weten ze niet waar zij binnen overheden aan moeten kloppen hiervoor. Circulariteit vraagt om een andere manier van organiseren en samenwerken – en dat wordt door die problemen bemoeilijkt.” Het team vat dit met praktische voorbeelden samen in een animatie.


Frustratie

Het team van de Erasmus Governance Design Studio ziet nu al dat er waarschijnlijk veel te winnen valt als ondernemers met een circulair idee al vroegtijdig in contact komen met de omgevingsdienst. Zo kunnen zij er samen voor zorgen dat zaken waar omgevingsdiensten op letten in de goedkeuring, kunnen worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van het idee. Brinkman: “Omgevingsdiensten worden nu vaak pas erg laat in het ontwikkelingsproces op de hoogte gesteld. In de veronderstelling dat zij zonder samenwerking met omgevingsdiensten sneller activiteiten kunnen ontplooien, gaan ondernemers soms op eigen terrein ‘hobbyen’. Zo gebeurt het dat een bedrijf dat eens in de vier jaar gecontroleerd wordt door de omgevingsdienst al twee jaar bezig is met het maken van bokashi, voordat de omgevingsdienst hier lucht van krijgt. Vervolgens schiet de omgevingsdienst in de ‘handhavingsstand’. Dit leidt geregeld tot frustratie bij zowel ondernemers als omgevingsdiensten. Dit is ook precies de reden waarom ondernemers en omgevingsdiensten nu vaak niet voldoende contact hebben met elkaar. Dit is volgens ons de voornaamste vicieuze cirkel – maar zeker niet de enige – die doorbroken moet worden om circulariteit een stap verder te krijgen.”

Wederzijds begrip

“Daarnaast moeten actoren elkaars perspectieven begrijpen”, stelt Brinkman. “Dat is dus niet alleen een oproep aan ambtenaren en politici, maar net zo goed aan ondernemers die moeten begrijpen dat veel ambtenaren ook circulaire ambities hebben maar zich omringd zien door een kader waar ondernemers weinig weet van hebben. Wederzijds begrip zorgt voor een gemeenschappelijke missie.” Gedeputeerde Adri Bom-Lemstra (Economie en Innovatie) onderschrijft dat. “Dat geldt inderdaad voor alle betrokkenen in het proces. In Zuid-Holland is dan ook het devies: werk van begin af aan samen aan circulaire ambities. Ieder vanuit zijn eigen perspectief, kennis en kunde. Eventuele problemen of hiaten komen dan ook sneller aan het licht. De ervaring leert dat een gezamenlijk doel uiteindelijk iedereen verder helpt. Dat zien we nu in het Groene Hart ook.”

‘Wederzijds begrip zorgt voor een gemeenschappelijke missie.’

Neem elkaar mee

De animatie ontvangt veel herkenning, vertelt Brinkman. “Die knelpunten zijn echt iets waar veel ondernemers, initiatieven en innovaties, maar ook handhavers en ambtenaren op stuk lopen.” Bom-Lemstra hoort deze signalen ook weleens. “Bijvoorbeeld dat regels in de weg zitten, of dat er te weinig ruimte is om te experimenteren. Zonde, want er zijn zoveel mooie, innovatieve ideeën bij ondernemers, onderzoekers, beleidsmakers. Door elkaar in vroeg stadium op te zoeken denk ik dat veel mogelijk is. Uiteraard binnen kaders van bijvoorbeeld veiligheid, regels zijn er niet voor niets. Maar neem elkaar mee. Met als uitgangspunt de wensen en mogelijkheden, dan kan er vaak meer dan je denkt.”

Van inzicht naar praktijk

De onderzoekers gaan nu in een ontwerptraject oplossingen ontwikkelen die de samenwerking tussen deze partijen kan bevorderen. Dat doen zij samen met ondernemers, handhavers en overheden die van de hoed en de rand weten wat circulariteit in de praktijk betekent,. “De animatie helpt ons de boer op te gaan met ons traject”, aldus Brinkman. “Het helpt ons een breder publiek te bereiken en hopelijk draagt het hiermee bij aan meer impact met onderzoek.” Naast het ontwerptraject gaat het onderzoeksteam kijken welke mogelijkheden er zijn om de institutionele kaders het hoofd te bieden. Ten slotte verwerken ze alle inzichten tot een aansprekend verhaal, zodat ook de oplossingen die zij ontwikkelen bij een breder publiek terecht komen.